pijl

Groninger Kroon  geplant: voorjaar 2008

 
Synoniemen:
  • Engelse Kroon.
  • Zure Kroon.
  • Groninger Princesse Noble.
De synoniem Zure Kroon dient ter onderscheiding van het zoete appelras: Zoete Kroon = Zoete Winterkroon.
Herkomst:
Nederland. Gevonden door S.H. Brouwer te Noordbroek in de tuin van dhr. Engels, omstreeks 1875. Groninger Kroon is een echt Nederlands ras, waarvan velen de naam nog kennen. De heer Brouwer heeft deze appel naar zijn vrouw Jantje Kroon genoemd. Sporadisch kan dit ras nog aangetroffen worden in een goed gesorteerde groentenwinkel. Groninger Kroon werd oorspronkelijk alleen geteeld in het noorden van het land, maar werd later ook in de IJsselstreek en wat in de Betuwe aangeplant.
Vrucht:
Groninger Kroon doorsnedeGroninger Kroon vrucht
plukrijp:eind september - begin oktober.
consumptierijp:november - januari.
afmetingen:heeft een mooie, regelmatige vorm. Middelgroot. 60-65 mm breed, 60-55 mm hoog, tonvormig tot schijnbaar hooggevormd, de zijden zijn symmetrisch.
kelkholte:nauw, diep trechtervormig, lichtbruin beroest,ietsje geribd.
kelk:middelgroot, open, blaadjes kort, smal, opstaand, aan de basis elkaar raken.
steelholte:middeldiep tot diep, nauw, grijsbruin, straalvormig beroest.
steel:varieert van middellang tot lang, dun maar ook dikker, 15 mm lang, 2,5 - 3 mm dik, lichtbruin en houtachtig.
schil:mooi glad en gaaf, hoogst zelden met roestplekjes. Van sommige vruchten die goed in de zon hangen, is de kleur bijna geheel rood of roodbruin, andere hebben aan de schaduwzijde een groengele plek. Bijna zonder uitzondering domineert het rood. De rijpe vrucht is prachtig gekleurd.
grondkleur:groengeel, rijp: donker geelachtig bruin, vettig.
dekkleur:karmijnrood gevlekt en gestreept, ook mooi donkerrood afhankelijk van standplaats, stippels licht omrand, lichtbruin schub- en straalvormig beroest.
vruchtvlees:wit tot geelachtig, vast, knapperig, zeer fijn van korrel, sappig, zoetzuurachtig, weinig maar aangename aroma. Bevat relatief veel vitamine C.
klokhuis:tamelijk groot, goed regelmatig ontwikkeld, met goed gevormde hokken en flink met zaden bezet.
Gevoelig voor:
Oogst:
Plukprestatie middel tot hoog, kort voor boomrijpheid gedeeltelijke vruchtval (vooral op droge gronden). Op geschikte standplaats windvast. Neiging tot beurtjaren, waartegen echter gedund en gesnoeid kan worden, waardoor de vruchten groter worden en de boom beter in zijn bladeren komt te zitten.
Bewaren:
Vrij goed in natuurlijke opslag, te lang bewaren lijdt tot melig en slappe vruchten en verlies van aroma.
Gebruik:
Is een goede tweede klasse kwaliteit tafelappel. Voor huishoudelijk gebruik uitstekend geschikt voor alle verwerkingen. De kleur kan zeer bekoren en maakt de appel aantrekkelijk.
Groninger Kroon
Boom:
Vruchtbaarheid op jeugdige leeftijd. Groeit middelsterk tot sterk, kleine piramidale kruinvorm en met veel en fijn hout. Werd als wijker en als blijver aangeplant. De boom is niet moeilijk in de teelt.
Bloei:
Vroeg tot middelvroeg. Ondanks de vroege bloeiperiode voldoende vorsthard. In 1938 toen vele andere rassen weinig opbrachten, door de strenge vorst, kon er van de Groninger Kroon nog behoorlijk geoogst worden. Heeft goede stuifmeel en is zelffertiel.
Opbrengst:
Gelijke bloeiers:
  • Present van Engeland.
  • London Calville.
Bevruchters:
  • Zelfbestuivend (zelffertiel).
  • Cox`s Orange Pippin.
  • Glorie van Holland.
  • Jonathan.
  • Lombart Calville.
  • Allington Pippin.
  • Early Victoria.
Levert zelf goed stuifmeel voor Present van Engeland en Princesse Noble.
Boomvorm:
Vormt geen grote boom en is enigszins piramidaal. Geschikt voor hoogstam en halfstam. Flinke snoei en de boom moet gedund worden, met als doel: beter ontwikkelde vruchten, voorkomen van beurtjaren, behoud van de boomvorm. Geen zwak groeiende onderstam (M9) dan kanker gevoelig. MM106 voor alle stamlengtes.
Groei: 
Groninger Kroon groeigrafiek
N.B. de geplaatste grafiek heeft betrekking op Bongerd Groote Veen, 
groei van bomen is sterk afhankelijk van plaatselijke omstandigheden!
Onderstam:
Weerstandsvermogen:
Hout en bloei voldoende vorstbestendig, gevoelig voor schurft en kanker. De boom heeft last van de appelzaagwespfruitspintmijt en soms meeldauw.
Standplaats:
Geen speciale eisen voor de standplaats, niet geschikt op te droge gronden en voor te dichte beplanting. Bij uitstek geschikt voor zandgrond.
Groninger Kroon
Teeltwaarde:
Door de geringe kwaliteit en de matige goede smaak niet geschikt voor industriële productie en handelsdoeleinden. Ondanks de mooi-ogende kleur en het hoge gehalte aan vitamine C. De Groninger Kroon is niet geschikt voor zwak groeiende onderstammen. Komt sporadisch nog voor in oude boomgaarden en in België.
Gelijkenissen:
Snoeien:
De Groninger Kroon moet geregeld gesnoeid worden, wil hij niet teveel vruchtknoppen gaan vormen en zijn groei verliezen, een verstandige vervangingssnoei is bij deze variëteit noodzakelijk.
Oorzaak van verdwijnen:
Groninger Kroon staat in de rassenlijst van 1957 onder de rubriek “afgevoerd” met als enige reden: geringe productie en kwaliteit. Vooral door de matige smaak heeft dit ras zich niet kunnen handhaven. Ook is de boom gevoelig voor zwavelbespuitingen wat vroeger veelvuldig voorkwam.
Plantadvies:
In het algemeen aan te raden, mits er voldoende rekening wordt gehouden met de standplaats, grondsoort en verzorging.
Diversen:
Heeft geen grote gebreken maar ook geen uitblinkende eigenschappen. Het vruchtvlees blijft zijn kleur behouden na het door midden snijden.
Komt voor op de rassenlijst van Drenthe.
Brongegevens:
  • Zesde beschrijvende rassenlijst voor fruit (1948).
  • Appelsoorten, Herbert Petzold, blz. 198.
  • Appel- en Perenboek blz. 39.
  • Onze appels en peren, door H.de Greeff 1905.
  • Nederlandse Fruitsoorten (1942).
  • Hoogstamvruchtbomen.
  • Verdwenen appel- en perenrassen. blz. 26.
  • Oude Fruitrassen in Noord-Nederland. J. Veel & J. Woltema.   
Groninger Kroon blad